Hoofdcategorieën
Home » Tokio Hotel » Platz an der Sonne [TC] » 19 November 2008 – I
Platz an der Sonne [TC]
19 November 2008 – I
Op woensdag was de opening van de expositie waar Bills moeder over gesproken had. Het duurde van elf tot twee en Bill was ergens tegen tienen nog steeds druk op zoek naar een beter excuus dan “ik heb geen zin”. Zijn moeder hield hem fantasiebeelden van geweldige schilderijen en lekkere hapjes voor, maar daar trapte hij niet in.
‘Ik heb vakantie, mama!’ klaagde hij zo zielig mogelijk en gluurde haar over de rand van zijn theemok aan. ‘Dat betekent toch dat ik niets hoef te doen en niet naar buiten moet!’
Zijn moeder schudde zuchtend haar hoofd. ‘Je bent een verwend kind, wist je dat?’
Bill trok zijn neus op; die opmerking stak, maar dat zou hij niet laten merken. ‘Ja, weet ik. Ik wil nog steeds niet mee.’
Hij zette zijn puppyoogjes op en zijn moeder aaide vertederd over zijn wang. ‘Nou, vooruit dan. Omdat je mijn verwende kindje bent. Laat een briefje achter als je toch besluit om even frisse lucht te happen en kijk niet de hele tijd tv, goed?’
Dat wilde Bill best beloven. Hij zou de televisie überhaupt niet aanzetten, het risico zichzelf te zien was groot genoeg om dat te willen vermijden. Zodra zijn moeder vertrokken was, hupte hij de trap weer op en kroop onder zijn dekens met een boek. Hij was geen groot lezer, maar op vakantie wilde hij zich nog wel eens aan de bladzijden wagen. Dit was het perfecte moment.
Bill koos bewust voor zijn verfomfaaide exemplaar van In de ban van de ring. Fantasy had zo weinig raakvlakken met de echte wereld – met zíjn echte wereld – dat hij niet bang hoefde te zijn voor scènes die hem aan zijn eigen leven deden denken. Hij wilde zich tussen de pagina’s kunnen verliezen en daar was In de ban van de ring bij uitstek geschikt voor.
Nog geen twintig bladzijdes later ging de deurbel. Bill keek even fronsend op, besloot toen dat hij niet thuis was en dook weer in de tekst. Daar was de beller het niet mee eens: het bleef maar rinkelen. Bill duwde grommend zijn hoofd in zijn kussen. Dit kon toch niet waar zijn!
‘Ik ben er niet!’ mopperde hij koppig, gesmoord door zijn beddengoed. ‘Aarde aan groupies! De door u opgevraagde zanger is momenteel niet bereikbaar! Bill Kaulitz bevindt zich volgens statements van het management in Hamburg en ik probeer hier een boek te lezen, verdomme!’
Een scherpe tik tegen zijn raam deed hem opschrikken. Half opgericht in bed staarde Bill naar het venster. Pardon? Sinds wanneer gooiden groupies kiezelstenen naar zijn raam? Zijn instinctieve reactie was wegduiken en doen alsof hij niet bestond, maar na de tweede kiezelsteen begon hij nieuwsgierig te worden. Groupies konden behoorlijk hardnekking zijn, daar wist hij alles van – alleen uitten ze dat meestal op een andere manier. Als hij geen reactie gaf bivakkeerden ze rustig onder zijn venster, onder luid gezang van al zijn grote hits, en wachtten desnoods dagenlang op zijn verschijnen.
Misschien zijn het wel helemaal geen groupies, opperde een stemmetje in zijn achterhoofd. Of misschien is het een nieuwe versie groupies, kaatste Bills realiteitszin terug. Groupie 2.0, die met kiezelstenen gooien en zo nodig uren aan de bel hangen.
Alsof iemand zijn gedachten gehoord had, begon het rinkelen aan de deur opnieuw. Bill begroef kreunend zijn gezicht onder het kussen. Hij had vakantie! Ze konden hem ook werkelijk nergens met rust laten.
Hij was net van plan om zijn oordopjes uit zijn tas te halen, die hij in hotels altijd bij zich had voor het geval er zingende fans op de stoep stonden, toen een plotselinge stem zijn oren bereikte. Ergens tussen geïrriteerd en verward keek Bill opnieuw op. Zijn moeder had natuurlijk zijn raam een heel klein stukje opengezet, om zijn kamer te luchten; geen wonder dat hij het geschreeuw kon horen.
‘Tom, laat toch zitten! Óf hij is er niet, óf hij heeft geen zin! In beide gevallen maak je je nu belachelijk!’
Tom? Plotseling nieuwsgierig krabbelde Bill uit bed en struikelde over een paar sokken naar het raam. De gordijnen waren al geopend, hij hoefde alleen maar zijn voorhoofd tegen de ruit te drukken om naar beneden te kijken.
Op het paadje naar de huisdeur stond Tom, zijn gezicht onzichbaar door de klep van zijn zwarte pet. Aan de andere kant van het tuinhek, op de stoep, dook Andrea weg in de kraag van haar jas en op het tuinpad naar Toms voordeur stonden de twee jongens waar Bill nog steeds de namen niet van wist. Die twee maakten duidelijk aanstalten om naar binnen te gaan, maar Tom gebaarde naar het huis achter hem en riep: ‘Hij heeft best zin! Hij weet het alleen zelf nog niet!’
Bill trok een wenkbrauw op. Zin in wat precies? De laatste keer dat iemand hem vroeg of hij “er zin in had”, liet zij tegelijkertijd haar hand naar zijn kruis glijden. Dat was dus duidelijk iets waar hij géén zin in had. Bill besefte wel dat Tom waarschijnlijk op iets anders doelde, maar hij kon zijn spottende blik niet helemaal onderdrukken.
Op dat moment keek Andrea om en fixeerde haar ogen op zijn raam. Bill verstarde even, vervloekte zichzelf in stilte omdat hij te lang had gewacht met wegduiken. Nu kon hij moeilijk om een directe confrontatie heen. Fijn, daar ging zijn ongestoorde dag.
Andrea zwaaide naar hem. Onmiddellijk draaiden ook Tom en de twee andere jongens zich naar hem om; Bill rolde even met zijn ogen, stootte toen zijn raam verder open. Een koude windvlaag blies zijn haar uit zijn gezicht en hij besefte dat hij nog niets aan zijn uiterlijk had gedaan. Gelukkig was hij niet aan de deur gekomen, vanaf hier boven viel zijn slordige uitmonstering niet op.
‘Goedemorgen!’ riep Tom opgewekt vanaf het tuinpad. ‘Ik dacht al dat je je aan het verstoppen was of zo!’
Was ik ook, dacht Bill en antwoordde met duidelijk nijdige stem: ‘Dat heb ik gehoord, ja! En de buren waarschijnlijk ook!’
‘Ach, die zijn toch allemaal doof.’ Tom haalde achteloos zijn schouders op. ‘Kom je nog naar beneden?’
‘Waarom zou ik? Ik bedoel, je hebt me natuurlijk niet net de oren uit het hoofd gerinkeld of zo.’
‘Oh, kom op!’ Tom lachte alsof hij Bills sarcasme niet hoorde. ‘We gingen er vanuit dat je nog sliep!’
‘En dat excuseert jullie groupiegedrag?’ snoof de zanger neerbuigend. Hij was zich bewust van de wolk arrogantie die om hem heen kringelde, maar negeerde het stemmetje in zijn achterhoofd dat hem aanraadde om de supersteract in de ijskast te stoppen.
De vier onder zijn raam wisselden een duidelijk geamuseerde blik. Om de één of andere reden kwam hun houding Bill bekend voor, hij kon zich alleen niet herinneren waar hij hen eerder had gezien. Misschien bedroog zijn geheugen hem ook wel, dat zou niet de eerste keer zijn. Hij kwam zoveel personen vluchtig tegen dat alle gezichten in elkaar overvloeiden.
‘Kom op!’ riep Tom opnieuw. ‘Heb je het zo druk dat je geen tijd hebt om naar buiten te komen? Altijd maar werken is ook niet goed, weet je.’
Bill snoof weer. Dat hoefde Tom hem niet te vertellen, die had waarschijnlijk nog nooit een dag zo hard gewerkt als hij. De andere opmerking zette Bill echter wel aan het denken. Waarom wilden ze per se dat hij naar buiten kwam? Omdat ze hem bij hun groepje wilden betrekken? Om zich te wentelen in zijn status? Mensen deden rare dingen om roem te vergaren, ook dat had hij inmiddels gemerkt en in principe hield hij om die reden de meeste mensen op afstand.
Maar – er was altijd een “maar”. Bills “maar” bestond uit een stortvloed kussens op zijn bed, een frons die zich buiten het zicht van de camera’s tussen zijn wenkbrauwen nestelde, stukgelezen fantasyboeken in zijn kast. Je kon mensen afstoten tot in het oneindige en jezelf beschermen tegen valse vriendschappen, of je kon het risico aangaan, erachter komen wat de mensen écht van je wilden en misschien eens niet eenzaam in slaap vallen.
Bill aarzelde. Zijn blik gleed van Toms verwachtingsvolle gezicht naar Andrea’s opgewekte, bijna nieuwsgierige blik, naar de twee naamloze jongens die de voordeur van Toms huis hun rug toe hadden gekeerd en hun ogen op zijn venster vestigden. Allemaal wachtend op Bills beslissing.
De zanger stond in tweestrijd. Jarenlange oefening in het afstoten van mensen liet zich niet zomaar wegcijferen, maar aan de andere kant – wat wilden ze nou van hem?
Uiteindelijk werden de verwachtingsvolle blikken hem te veel. Hij haalde een hand door zijn haar, kneep zijn ogen tot spleetjes en gaf vervolgens toe. ‘Geef me een kwartier, dan ben ik klaar.’
En hij sloot haastig het raam, voor hij zich kon bedenken.
Reacties:

Yeeeeeessssssshhhh, finally <3
en miiiep, ik nu nog 2 dagen wachten tot zondag!
en nu moet ik eten -perfect timing-


Is het vreemd dat ik Tom lief vind als hij kiezelstenen tegen Bill's raam aan gooit en als een debiel op de deurbel ramt?
Zin in wat precies? De laatste keer dat iemand hem vroeg of hij “er zin in had”, liet zij tegelijkertijd haar hand naar zijn kruis glijden. Dat was dus duidelijk iets waar hij géén zin in had.
Hier ging ik best wel stuk x'D
En gott, Bill gaat mee hoor x']
Ben benieuwd hoe hij het gaat vinden met hun^^
Keks, dit is awesome <3
xxxx

Oh, Bill kan niet weerstaan aan de verwachtingsvolle blikken.
Ik ben echt benieuwd wat ze van plan zijn !
<3

nice nice nice!! ^^
Eindelijk is the ice queen aan het smelten! ^^
snel verder?

xx
xEmma



Jaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa! Wat een leuk stukje! [/slechtste reactie ever]