Welkom op FanFic.nl

De Nederlandse website waar je fanfiction kunt lezen én schrijven.

Nu on-line: (0)

Home » Harry Potter » Standalones » Opnieuw

Standalones

24 juni 2017 - 14:02

2800

0

59



Opnieuw

Zijn aanwezigheid was de grootste verrassing op de reünie, hoewel het daar niet bij bleef. De afgelopen tien jaar van zijn leven waren het verrassend van die van alle reünisten.

Tijdens het zesde schooljaar gingen er al geruchten dat Draco Malfidus met meer duistere zaken verstrengeld was dan de andere Zwadderaars. Het verbaasde niemand, zijn familie was immers erg nauw betrokken bij Voldemort. Niemand wist ook eigenlijk hoe diepgeworteld hij al in de organisatie zat op zo’n jonge leeftijd. Ze konden het ook niet weten, ze konden het zich niet realiseren; ze waren nog kinderen en konden de ernst niet inzien. Draco was opgegroeid tussen Dooddoeners zoals zijn tante Bellatrix die nog altijd verlangden naar de tijd dat Voldemort leefde en alles deden om hem terug te laten keren; wat succesvol lukte toen Draco slechts vijftien was. Het was vanzelfsprekend geweest dat hij ook Dooddoener zou worden wanneer Voldemort terug zou keren; dat had zijn tante hem duidelijk genoeg gemaakt, en hijzelf weer aan zijn vrienden.

Toen Draco tijdens het zevende jaar niet meer terugkeerde naar Zweinstein werden iedereens vermoedens bevestigd. Zelfs op Zweinstein, de plek die leerlingen altijd als de meest veilige plek in de Toverwereld hadden beschouwd, was de continue strijd en het leed van de woekerende oorlog zichtbaar, en direct nam iedereen aan dat Draco niet was teruggekeerd om zijn plichten als Dooddoener te vervullen. Zwadderaars herinnerden zich hoe hij altijd had gezegd dat opgeleid worden niet belangrijk was, dat er belangrijkere dingen in de wereld waren. Ondanks dat ze zich vermaakten met het beheksen van eerstejaars die te laat waren of ouderejaars die zich misdroegen, waren er veel jaloers op Draco Malfidus en de rol die hij speelde in het kamp van Voldemort. Zij waren echter niet op de reünie.

De familie Malfidus was net op tijd overgestapt naar het goede kamp van de oorlog en voorkwam zo weg te moeten rotten in Azkaban. Draco was blij geweest dat zijn moeder niet in Azkaban hoefde weg te kwijnen, maar werd misselijk van zijn vader die telkens van ideologie veranderde afhankelijk van wie de macht had of snel zou vergaren. Zijn vader was niet de sterke Dooddoener die hij had bewonderd tijdens zijn opvoeding, zijn vader was een zwak man die zich in allerlei bochten zou wringen en al zijn meningen overboord zou gooien op het moment dat dat beter uitkomt. Hij keerde Dooddoeners de rug toe tijdens de val en afwezigheid van Voldemort; niets was belangrijker dan bloedzuiverheid wanneer Voldemort aan de macht probeerde te komen. Draco gruwde van zijn vader.

Tot de Slag om Zweinstein had Draco Malfidus nog geen onverwachts gedrag vertoont. Hij was opgegroeid in een familie van Dooddoeners, verdiepte zich op jonge leeftijd in duistere zaken en werd zelf ook een Dooddoener. Hij dacht er met walging aan terug dat hij zich pas echt geaccepteerd voelde in zijn familie toen hij het Duistere Teken op zijn arm droeg.

Vanaf de Slag om Zweinstein veranderde iets in Draco Malfidus. Hij had het niet toe willen geven, maar hoe dieper hij zich bevond in het netwerk van Voldemort, hoe meer twijfels hij begon te krijgen. In zijn jonge tienerjaren had hij bloedzuiverheid belangrijk gevonden, het was iets wat hem beter maakte dan vrijwel iedereen die rondliep. Hij had altijd gedacht dat hij deel zou nemen aan de strijd om bloedzuiverheid niet de uitzondering, maar de standaard te maken. Hij droomde over heldhaftige daden die later in geschiedenisboeken te lezen zouden zijn. Iedereen had het mis. Potter was niet de Uitverkorene, dat was Draco. Iedereen stond enkel nog aan de verkeerde kant van het verhaal om het te zien.
Meer en meer begon Draco echter te twijfelen. De gruwelijke taferelen die hij vanaf zijn zestiende begon te aanschouwen, grepen hem indrukwekkend veel meer aan dan hij verwacht had. Hij had verwacht de adrenaline door zijn lijf te voelen pompen, het prachtig te vinden de gruwelijkheden te zien zolang het maar modderbloedjes betrof en alles gemakkelijk van zich af te kunnen schudden nadat het voorbij was. Het was telkens echter angst dat door zijn lijf pompte, hij wilde Verdwijnselen wanneer hij gruwelijkheden zag en hij werd achtervolgd door nachtmerries.

Zijn moeder merkte dat het slecht met hem ging, dat zijn huid grauwer werd en gezicht ingevallen. Ze probeerde hem te troosten, maar wist dat ze de herinneringen aan het verleden niet zou kunnen verjagen. Het was alsof continu Dementors aanwezig waren; ze waren niet krachtig genoeg om hun ziel op te zuigen, maar wel om alle naarste herinneringen omhoog te halen. Het waren degenen die door hem geleden hadden waar hij enkel aan kon denken.
Draco begon zich steeds meer van zijn moeder en de rest van zijn familie af te zonderen. Hij wilde niets meer met ze te maken hebben. Hij wilde niets meer met Dooddoeners te maken hebben. Hij wilde niets meer met zijn verleden te maken hebben. Hij wilde niets meer met de Toverwereld te maken hebben.
Met een zak Galjoenen gestolen van zijn vader vertrok Draco midden in de nacht naar de Dreuzelwereld, met te weinig kennis van deze wereld om er goed terecht te komen. Hij kon geen plek om te slapen vinden waar ze zijn Galjoenen accepteerden, werd nagekeken op straat door zijn kleding en kon geen conversatie aangaan met Dreuzels. Nog één keer keerde hij terug naar de Toverwereld om zijn Galjoenen in te wisselen, om daarna weg te gaan, waarna hij verwachtte nooit meer terug te keren. Hij had zich zelfs vermomd tijdens het wisselen van de valuta om geen achterdocht te creëren.

Met de juiste geldsoort op zak begon het leven in de Dreuzelwereld iets soepeler te lopen. Draco hielp zichzelf ook af en toe een handje; hij was wel klaar met de Toverwereld, maar nog niet met de toverkunst. Hij sprak Onzichtbare Vergrotingsspreuken uit op het piepkleine appartementje dat hij huurde, toverde zijn haren donkerbruin om minder snel herkend te worden en zorgde ervoor dat zijn thuis niet zichtbaar was voor tovenaars en heksen. Een baan verwierf hij echter met zijn charme, en een promotie met zijn gedrevenheid.

***


Het duurde niet lang voordat het nieuws door de Toverwereld verspreid was dat de zoon van een hoogstaande Dooddoener verdwenen was. Men sloot niet uit dat het een vorm van wraak was. Misschien ging het zelfs om geld. Maar de jaren gingen voorbij en nooit kwam er nieuws over Draco Malfidus. Rita Pulpers startte onverwachts juist het gerucht dat Draco Malfidus was weggelopen en binnen korte tijd was het als waarheid aangenomen.

Ondergedompeld in de Dreuzelwereld ging het steeds beter met Draco. Hoe beter hij Dreuzels leerde kennen, hoe beter hij zich realiseerde dat hij gehersenspoeld was van kinds af aan. Door gebrek aan mensen die de herinneringen aan de oorlog deelden, namen de nachtmerries af. Het duurde zes jaar, maar na een drukke dag op werk kwam Draco een keer thuis om zich te realiseren dat hij de hele dag nog niet aan de oorlog had gedacht.

Goede vriendschappen vormde hij echter niet. Hij had te veel geheimen die hij niet mocht prijsgeven. Na jaren en jaren, toen het eindelijk weer beter met hem ging, begon hij hierom de Toverwereld te missen. Hij miste openlijk toverkunst te kunnen beoefenen, hij miste praten over nieuwe spreuken en bezweringen, hij miste koekjes die eigenlijk niet gegeten wilden worden en zich standaard achter koffiekopjes verstopten. Hij durfde echter niet terug. Hij was weggegaan zonder afscheid en had niet meer geïnformeerd hoe mensen hier over dachten of hoe het ondertussen met de Toverwereld stond. Draco twijfelde en twijfelde en verlangde, maar durfde telkens de stap niet te nemen.

Zweinstein zou Zweinstein echter niet zijn als het op bijzondere manieren toch meer wist dan het Ministerie. Hij wist niet hoe ze achter zijn geheim waren gekomen, maar ongeveer negen jaar na zijn vertrek uit de Toverwereld lag er toch een brief verbonden met zijn verleden op de mat. Een uitnodiging voor de reünie van de jaren ’95 tot en met ’99. Zijn adem stokte in zijn keel; een uitnodiging voor een reünie, een uitnodiging voor een terugkeer naar de Toverwereld.

***


Draco had meteen geweten dat hij naar het evenement zou gaan, maar nu hij een aantal meter van de ingang geflankeerd door pilaren met gevleugelde everzwijnen stond, begon zijn hart zo snel te kloppen dat hij het in zijn hele lichaam voelde. Alles was vertrouwd en onwennig tegelijkertijd; hij had er die ochtend zelfs moeite mee gehad om zichzelf weer met witblond haar te zien.
Hij wilde niet laf zijn en dwong zichzelf om naar het kasteel te lopen en te doen waar hij voor gekomen was: herintroductie in de wereld van magie.
Zijn binnenkomst bleef niet onopgemerkt. Het luidruchtige gelach en gepraat sloeg in een keer om naar gefluister en gewijs. Draco Malfidus was er, na tien jaar van de aardbodem verdwenen te zijn. De Grote Zaal was gevuld met ongeloof.

Draco voelde zich ongemakkelijk, een gevoel waar hij toch weinig bekend mee was. Niet wetend wat de aanwezigen van hem en zijn familie vonden ondertussen, besloot hij zich richting het buffet te begeven en te hopen dat iemand op hem afstapte. Direct was het hem opgevallen dat hij geen gezichten uit Zwadderich herkende in de menigte.

Binnen de kortste keren stonden er inderdaad mensen aan de mouwen van zijn gewaad te trekken. De meeste gezichten herkende hij echter niet en hij ging er vanuit dat ze in de jongere jaren hadden gezeten en hem nooit de moeite waard hadden geleken om te onthouden. Het was bij elk snel duidelijk dat ze niet voor hem persoonlijk kwamen, maar voor het verhaal. Hij hoorde ze al bijna achteraf opscheppen aan vrienden en familieleden dat ze eerste waren die Draco Malfidus weer gesproken hadden en hoe ongelooflijk bijzonder hen dat wel niet maakte. Draco had gerekend op dit soort vragen en wist ze redelijk goed te ontwijken. Hij was zijn charme nog niet verloren en wist gesprekken zo te draaien dat hij degene was die informatie won. Zo werd hem al snel verteld dat Dooddoeners die nog minderjarig waren of leerlingen die aan de verkeerde kant stonden tijdens de Slag om Zweinstein niet vervolgd werden omdat ze te jong waren om te begrepen wat ze deden. Meerdere keren werd hem op het hart gedrukt dat hij niet had hoeven vluchten. Telkens glimlachte Draco dan braaf en nam hij een slok Vuurwhiskey terwijl hij ze eigenlijk wilde vertellen dat hij door de lafheid van zijn vader sowieso niet hoefde te vluchten, en dat hij volgens tovenaarstermen weldegelijk meerderjarig was geweest aan het eind van de oorlog. Draco wimpelde iedereen beleefd af na een paar minuten, maar de stroom onbekenden bleef maar komen. Hij begreep het wel. Degenen die hem goed kenden tijdens zijn middelbare school waren er waarschijnlijk van overtuigd dat er nooit ook maar een greintje goeds in hem had gezeten. Hij kon het ze niet kwalijk nemen.

Toen hij na drie kwartier en zes gesprekken besloten had dat de avond niet vruchtbaar zou worden, hoorde hij een hoge en onzekere stem achter zich. “Malfidus?”
Draco draaide zich gracieus om en zijn mond viel minder gracieus open van verbazing toen hij zag bij wie de stem hoorde. Haar stem klonk zoveel minder bazig dan in zijn herinnering.
“Griffel..” zei hij verbluft. Hij dacht direct terug aan alle keren dat hij haar voor modderbloedje had uitgescholden, de keren dat hij haar en haar vrienden gepest had, de keer dat hij haar geliefde schoolhoofd probeerde te vermoorden, de keer dat zij in zijn huis gemarteld werd en verminkt werd met zijn vroegere favoriete scheldwoord.

Hij bekeek haar goed terwijl zij bloosde. De wilde bos pluizige krullen die haar altijd zo gekenmerkt had was veranderd in een elegant kapsel met sterke slag. Haar ogen stonden vriendelijker. Haar blote bovenarmen verraadden dat ze het litteken met de tekst modderbloedje had laten wegwerken. Haar nauwsluitende jurk zat haar als gegoten. Draco durfde haar om niets van dit alles te complimenteren. De laatste keer dat hij zo met zijn mond vol tanden had gestaan, kon hij zich niet herinneren. Het betweterige meisje was getransformeerd tot een prachtvrouw ondanks al het leed in haar leven, waar hij zoveel aan had bijgedragen.
“Je bent de verrassing van de avond,” verbrak ze de stilte.
Draco knikte enkel.
“Zeg eens wat,” zei ze en Draco herkende de bazigheid in haar toon die hij bijna miste.
“Hoe gaat het?” was het eerste dat hij kon bedenken.
Tot zijn verbazing barstte zij in lachen uit. “Die tien jaar heeft je vlotte babbel geen goed gedaan, merk ik.”
Draco kon niets anders dan glimlachen. “Die tien jaar heeft jou zeker wel goed gedaan, Griffel. Je ziet er prachtig uit.”
Hermelien rolde met haar ogen. “Je ziet er zelf ook niet verkeerd uit.”

Om te menigte en hun priemende blikken te ontlopen begaven ze zich al snel naar buiten. Vlak voor het Grote Meer hield Draco een lachende Hermelien staande.
“Griffel..” fluisterde hij, zijn blik gepijnigd. “Hoe lukt het je om te doen alsof er niets aan de hand is, nooit iets aan de hand is geweest?” Hij slikte en durfde haar even niet aan te kijken. “Sinds ik jou heb gezien kan ik alleen maar denken aan alle nare dingen die ik je heb aangedaan.”
Ze grinnikte. “Ach, het is niet alsof ik niet over die pesterijtjes heen kan kijken. Draco, we zijn zevenentwintig ondertussen. We zijn allemaal verder met ons leven.”
Draco schudde zijn hoofd hevig. “Dat is niet waar ik het over heb, natuurlijk is dat niet waar ik het over heb. Ik bedoel wat er met je is gebeurd in het huis van mijn familie, wat mijn tante je heeft aangedaan.. wat ik niet gestopt heb.” Hij begon sneller en oppervlakkiger adem te halen. Hij begreep weer waarom het leven in de Dreuzelwereld zoveel beter was geweest.
Hermelien stapte naar hem toe en legde haar hand op zijn wang om hem gerust te stellen, maar hij schrok enkel van het lieve gebaar. Zij suste hem. “Draco, daar weet ik niets meer van.”
Verbaasd keek hij op. “Wat – wat bedoel je?”
Ze haalde haar schouders op. “Ik heb mijn geheugen laten wissen, natuurlijk, net zoals iedereen hier.” Ze verstarde. “Bedoel je dat jij dat niet hebt laten doen?”
Vol ongeloof schudde Draco van niet.
Hermelien begon een monoloog. “Er waren zo verschrikkelijk veel mensen getroffen door de oorlog die stuk voor stuk gruwelijke herinneringen met zich meedroegen dat het te lang duurde voordat de samenleving weer begon te functioneren. Mensen waren getraumatiseerd en werden achtervolgd door nachtmerries. Men vertrouwde elkaar nog steeds niet en maakten elkaar bang dat als Voldemort een keer terug kon komen, dat het ook een tweede keer kon. Hierom is anderhalf jaar na de Slag van Zweinstein een nieuwe wet het leven ingeblazen. Deze wet maakte het mogelijk om herinneringen gelinkt aan de oorlog te laten wissen, op de voorwaarde dat bepaalde kennis over de oorlog in het brein werd gepland. Deze kennis is van tevoren uitgebreid geëvalueerd door erg veel betrokken partijen, waaronder Ron, Harry en ik.” Ze beet even op haar lip. “Dit is de kennis die iedereen hier met zich meedraagt. We weten wat er gebeurd is, maar het zijn niet onze eigen herinneringen. Het is alsof we allemaal hetzelfde hoofdstuk uit een geschiedenisboek uit ons hoofd hebben geleerd.” Ze pakte zijn hand vast en dwong hem haar strak aan te kijken. “In deze versie van het verhaal, Draco, ben jij een jonge tovenaar die gedwongen in de voetstappen van zijn vader en andere familieleden volgt. Een tovenaar die voor het eind van de oorlog weet dat hij aan de verkeerde kant staat. Een tovenaar die aanwezig is bij verschrikkelijke gebeurtenissen, maar ze nooit zelf heeft uitgevoerd.” Ze probeerde naar hem te glimlachen. “Ik heb deze tekst van tevoren goedgekeurd, Draco, en ik heb alle vertrouwen in de jongere versie van mezelf.”
Draco was zo overweldigd door emoties dat hij niet begreep hoe hij zich voelde. Voor hij er erg in had, was het al over zijn lippen. “Kan je dat ook bij mij doen?”
Hermelien leek te schrikken, nam even afstand. “Ik heb dit al jaren niet gedaan,” zei ze twijfelend. “En het hoort te gebeuren in het Ministerie, met voldoende controle. Het zou verschrikkelijk zijn als ik te veel van je geheugen zou wissen.”
“Je bent de slimste heks die ik ken,” smeekte hij haar. “Ik weet zeker dat je geen fouten maakt. Ik kan de hele avond nog alleen maar aan alle verschrikkingen denken, help me alsjeblieft, anders probeer ik het op mezelf.” Hij keek haar wanhopig aan.
Hermelien zuchtte en pakte haar toverstaf. “Het is dat ik het al ontelbaar keer gedaan heb en overtuigd ben dat ik het nog onder de knie heb,” mompelde ze.

***


“Is het gelukt?” vroeg de oorlogsheldin die hij vroeger altijd treiterde.
Draco glimlachte naar Hermelien. “Alsof jij ooit zou falen.”
Ze lachte terug. “Dit lijkt me een mooi moment om opnieuw te beginnen.”
Draco knikte. “Ja, mij ook.”


Reacties:

Er zijn nog geen reacties op dit verhaal.