Welkom op FanFic.nl

De Nederlandse website waar je fanfiction kunt lezen én schrijven.

Nu on-line: (0)

Home » Originele werken » Over de dingen die ze nooit vergaten » 1.5

Over de dingen die ze nooit vergaten

30 mei 2018 - 14:53

1771

1

20



1.5

De wekker was te luid.
Het licht was te fel.
Amina’s slippers tikten oorverdovend tegen het laminaat.
De zon spleet zijn schedel in tweeën.

‘Je stinkt.’
Daarna was het een paar minuten genadig stil. Met de deken over zijn hoofd wist Elias zijn ellende bijna te vergeten.

‘Net als de kinderen in de problemen raken, besluit jij een slecht voorbeeld te zijn. Je weet hoe we tegenover alcohol staan. Ik zou maar snel gaan douchen als ik jou was – je ouders onterven je nog.’

Het water brandde op zijn huid, eerst warm, toen heet, toen ondraaglijk, heel even, tot zijn handen en voeten rood uitsloegen.
Als dit de hel is, dacht hij, dan is het minder erg dan verwacht.
Daarna draaide hij de warme kraan een stukje dicht. In de nevel vergat hij heel even de vorige avond, Amirs vriendin en Layla’s vriend, Amina’s standpunten en de pijn in zijn rug.

‘Opschieten, we komen te laat!’ klopte Amina op de badkamerdeur.
Elias draaide de douche uit.

Hij ontbeet in de bijrijdersstoel twee boterhamen met chocoladepasta, met boze blikken vanaf links er gratis bij. Zijn maag protesteerde volop en de koffie uit zijn reismok wist dat ook niet te veranderen.

‘Komen Inanc en Enes ook?’ vroeg Amir.
‘Ja,’ antwoordde Amina, voor Elias de kans kreeg; hij ergerde zich daaraan. Inanc en Enes waren de kinderen van zíjn zus. Niet die van die van haar.
Amir zei niets meer.

Halverwege de autorit ontving hij een appje: ‘Was geslaagd gisteren. Sorry voor mijn incapabele dronkenschap. Zin in een vervolg? Johan.’
Elias’ maag draaide zich om. Wilde hij een vervolg? Een deel van hem wel – een deel dat de passie miste, de spanning, het eeuwige leven van alcohol en seks. Het leven dat hij nooit geproefd had. Wilde hij het proeven? Gewoon, eenmalig? Hij kon langs Johan gaan, voortzetten wat ze begonnen waren, voor het eerst in jaren beroerd worden door een andere hand dan zijn eigen.
Maar kon hij dat maken tegenover Amina? Tegenover Johan, met wie hij een prima avond had gehad, maar in wie hij geen toekomst zag? Kon hij het maken tegenover zijn kinderen? Kon hij –
Elias klikte het berichtje weg, vergrendelde zijn telefoon en borg die netjes op in zijn broekzak.
Wilde hij een vervolg?

Het landschap smolt samen aan de andere kant van de autoruiten. Elias was er al ontelbare keren langsgereden, maar hij bleef nieuwe dingen zien. Dingen die veranderd waren, maar ook dingen die al jaren hetzelfde waren maar hij nooit eerder opgemerkt had.
Net als hij hoopte met zijn herinneringen zou gebeuren.

Zijn ouders woonden nog steeds in het rijtjeshuis waarin hij opgegroeid was. De voorkant was van baksteen, de voortuin versierd met een moestuin van kruiden en groenten. Vroeger stal Elias wel eens groente van de struiken, om telkens weer verrast te worden door de harde, zure teleurstelling van onrijp eten.
Inmiddels wist hij beter.

Opstaan uit de auto herinnerde Elias aan de kater die hij zo tevergeefs probeerde te vergeten. Amina zond hem een waarschuwende blik.
‘Ik ben vanochtend wakker geworden met knallende hoofdpijn,’ zei Elias met klem. ‘We snappen niet waar het vandaan komt… maar de familiedagen betekenen te veel voor me om zomaar af te zeggen en met mijn vrouw aan mijn zijde kom ik de dag wel door.’
Layla gniffelde achter haar hand, Amir glimlachte en Amina zond haar man een moordende blik, maar hij kende zijn gezin en wist dat ze hem niet zouden verlinken – of het nu was uit respect voor familiehiërarchie of uit eigenbelang.

De deurbel dreunde door zijn schedel, de welkomstkreet van zijn zus sneed door zijn trommelvliezen, haar omhelzing ontketende een oorlog met zijn evenwichtsorgaan en toen ze hem losliet, moest hij kokhalsneigingen onderdrukken terwijl hij zich met één hand aan de deurpost omhoog hield.
‘Gaat het wel goed?’ vroeg Nadia.
‘Ja, ja, ik overleef het wel. Voel me niet goed, maar hè, ik kon moeilijk thuisblijven.’
Zijn zus knikte begrijpend.
‘Kom,’ gebood ze, en ze ondersteunde zijn arm terwijl ze hem naar de woonkamer leidde, liet hem los vlak voor ze binnen gezichtsveld van zijn ouders kwamen.
‘Dag pap, mam,’ groette Elias een seconde later. Het lukte hem zelfs om een glimlach op zijn gezicht te plakken.
‘Dag, jongen,’ groetten beide ouders. ‘Dag, Amina. Layla, Amir, wat zijn jullie toch weer groot geworden!’
De kinderen knikten beleefd.
‘Koffie dan maar?’ vroeg Nadia, die zich meer dan haar ouders bewust was van de hekel die kinderen aan dergelijke opmerkingen hadden.

Elias en zijn zus hadden vroeger nooit een goede band gehad; Nadia was vijf jaar jonger dan hij en dus halverwege de havo toen hij trouwde en het ouderlijk huis verliet.
Pas de geboorte van Amir en Inanc had de twee gezinnen dichter bij elkaar gebracht: Amina en Nadia hadden zich samen voorbereid op de bevallingen en Nadia had veel steun gevonden bij haar schoonzus, die alles een jaar eerder ook al had doorgemaakt.
‘Ik nam het je kwalijk,’ had ze later toegegeven. ‘Dat je wegging en mij thuis achterliet. Maar, Elias… wat moet jij het míj kwalijk hebben genomen dat ik als zus nooit heb gemerkt dat je huwelijk voor geen meter liep.’
‘Sorry?’ had hij uitgestoten.
‘Oh, sorry, wat bot van mij. Sorry – ik bedoel, het is ook niet dat Amina het met zoveel woorden zegt, hoor, maar je merkt het wel, als je veel met haar omgaat, zeker nu met alle hormonen emoties moeilijker te onderdrukken zijn en, oh, Elias, neem het haar niet kwalijk, ze bedoelt het niet kwaad. Maar, oh, het spijt me dat ik er nooit voor je geweest ben in al die jaren hiervoor. Het –’
‘Het is al goed,’ had Elias haar onderbroken. ‘Ik heb ook nooit m’n best gedaan om het je te laten weten. Ik zie het meer als mijn keus… mijn zaak. Ik neem het je niet kwalijk en jij moet het jezelf ook niet kwalijk nemen. Als jij… mij vergeeft dat ik ben weggegaan en nooit open ben geweest over de situatie, dan ben ik allang blij.’
Het was het eerste serieuze, open gesprek dat de twee met elkaar gevoerd hadden, maar zeker niet het laatste.

‘Hoe gaat het op werk?’ vroeg zijn vader, waarna Amina een verhaal afstak over probleemkinderen en ouders die weigerden verantwoordelijkheid te nemen. Elias probeerde met een half oor te luisteren, maar hij had zijn volle concentratie nodig voor het openhouden van zijn ogen.
Dat lukte hem uiteindelijk pas echt goed toen hij ontdekte dat hij door de tuindeur de kinderen kon zien voetballen, met de stoelen als doelpalen die hij zelf al die jaren geleden ook al gebruikt had voor dat doeleinde.

‘Ik ga even een frisse neus halen,’ besloot hij na een kwartier half geluisterd te hebben naar een gesprek dat hem niet interesseerde. Hij pakte zijn jas van de stoelleuning en liep naar buiten.

De kinderen speelden zonder jas. Voorzichtige sneeuwvlokjes kleefden aan het haar van de jongens, smolten in Layla’s hoofddoek. Elias wreef in zijn koude handen en glimlachte.
Inanc en Enes zaten allebei op voetbal; ze waren hun neefje en nichtje in elk opzicht de baas, maar in plaats van hen puberaal inmaken, leerden ze hun steeds dingetjes bij.
Elias verloor zijn kater in de koude buitenlucht en toen Enes vlak langs hem rende met een bal, pakte hij die af en dribbelde hij ermee richting het doel van zijn neefjes.
Amir en Layla juichten zijn doelpunt toe en de kinderen stonden hem toe een potje mee te spelen. Elias speelde mee alsof zijn leven ervan afhing, vergat dat hij tweeënveertig jaar oud was en al jaren niet meer echt gevoetbald had. Hij vergat dat hij niet meer woonde in het huis dat aan de tuin stond, hij vergat dat zijn bejaarde ouders vanachter het raam toekeken, hij vergat Johan en het eventuele vervolg, hij vergat de kou en werk en Amina en langzaam, bal na bal na bal, vergat hij de wereld, zijn dromen en zijn herinneren.
Hij was weer jong, zeventien. Hij was vrij, de wereld aan zijn voeten, het enige belangrijke het scoren van de voetbal tussen de stoelpoten.
Hij was weer gelukkig.

Het was Nadia die hem weer aan de wereld hielp herinneren, haar vinger precies op de zere plek waarvan alleen hijzelf wist dat die bestond. Ze was naar buiten gekomen om het wedstrijdje gade te slaan, om haar kinderen aan te moedigen hun oom in te maken (wat ze nog gelukt was ook). Ze was naast hem blijven staan toen hij besloot dat hij echt geen energie meer had om door te gaan, had hem toegelachen terwijl hij uithijgde en toen hij enigszins op adem was, had ze gevraagd: ‘Weet je nog toen wij jong waren?’
‘Groot begrip,’ antwoordde Elias. ‘Wat bedoel je precies?’
‘Weet je nog…’ leek ze na te denken, ‘weet je nog de laatste keer dat we samen op vakantie gingen?’
‘Met papa en mama?’
‘Ja.’
‘Ja, dat kon ik moeilijk vergeten.’
‘Ja… dat dacht ik al. Maar we hebben… we hebben het er nooit meer over gehad.’
‘Nee. Het zijn geen goede herinneren, Naad.’
‘Dat… dat snap ik. Maar stel… stel dat je iets anders had kunnen doen, zou je dan iets anders gedaan hebben?’
‘Uiteraard,’ zei Elias, zijn uiterste best doend om zijn irritatie voor zich te houden.
‘Wat dan, precies?’
‘Naad, ik… niet doen. Ik kan dit niet. Ik wil dit niet.’
‘Oké, je hoeft het niet te zeggen. Maar je weet precies wat ik bedoel.’
‘Oh ja?’
‘Ik heb zitten denken, Elias. En… ik voel me zo stom dat ik het nooit gezien heb. Ik – je… Amina, de kinderen, de opvoeding. Je studie in Amsterdam. Het is allemaal geen toeval, of wel?’
Elias haalde zijn schouders op. Tranen prikten, emoties stapelden zich op, alles, alles – alles wat hij niet verwerkt had, waar hij nooit met iemand over gesproken had, wat hem ’s nachts teisterde en de reden dat hij wakker werd op een nat kussen, de reden voor alles wat er vanaf zijn zeventiende was gebeurd. Alles. Ze confronteerde hem met alles, in één keer, terwijl zijn ouders en zijn vrouw vanuit de woonkamer toekeken en terwijl zijn kinderen mee konden luisteren.
Hij schudde zijn hoofd.
‘Het ding is… ik werd dus gisteren gebeld en –’
‘Naad,’ onderbrak hij haar met al zijn zelfbeheersing. ‘Ik kan dit niet.’
Om zijn woorden kracht bij te zetten, en bovendien om iets te doen te hebben, om zijn gedachten te richten op iets anders dan wat zijn zus gezegd had, liep hij naar binnen.
‘Sorry,’ zei hij tegen zijn ouders, vrouw en zwager. ‘Ik weet niet wat het is, maar ik voel me heel slecht… zou ik even mogen gaan liggen, op de logeerkamer?’

Toen hij vijf minuten later in de wc over zijn nek ging, wist hij niet meer of het was van de kater of van de losgekomen emoties.
Misschien moest hij maar eens aan Johan vragen of dat mogelijk was.


Reacties:


1Dzayn
1Dzayn zei op 30 mei 2018 - 19:35:
“Hij kon langs Johan gaan, voortzetten wat ze begonnen waren, voor het eerst in jaren beroerd worden door een andere hand dan zijn eigen.”

Zozo Elias, beetje de oude flirt uitgehangen??

Je weet ongeveer wat Elias’ geheim is, maar je schrijft het zo dat je toch nog steeds dingen afvraagt. Wat is er gebeurd die laatste vakantie?!?! Snel verder!