Welkom op FanFic.nl

De Nederlandse website waar je fanfiction kunt lezen én schrijven.

Nu on-line: (0)

Home » Originele werken » Sail » 1212

Sail

27 okt 2018 - 12:17

1095

1

9



1212

‘Hallo Mans,’ hoorde ik Wiek roepen. Wiek was een angstaanjagende vrouw, waarvan vele mensen dachten dat ze een heks was. En ik moet toegeven dat ze er ook uitzag als een heks. Ze was zo mooi, dat iedere man die haar op straat tegen kwam, begon te kwijlen. Ze had lang vuurrood haar dat bijna tot haar enkels reikte, blauwe ogen die zo licht van kleur waren dat ze wel van ijs leken te zijn, een kaars rechte neus en een glimlach die iedere man uit het dorp gek maakte van verlangen naar haar. En ook zij gebruikte mijn bijnaam, moeder was er ooit eens begonnen en iedereen had het overgenomen. En het kon mij eigenlijk ook niks schelen ook, ik was er aangewend geraakt en als iemand me bij mijn naam zou roepen zou ik denk ik niet eens luisteren. Al zo lang ik me het kon herinneren werd ik Mans genoemd. ‘Mans,’ riep ze nog eens met haar zoete fluwelen stem.
‘Ja,’ antwoordde ik als vanzelf. Wiek keek me aan met die vreemde prachtige angstaanjagende ogen. Ze wenkte me. Ik kon niet anders dan achter haar aan lopen een vreemd soort kracht voerde me als vanzelf achter haar aan. Ik kon het niet negeren het was te sterk. Ik wist dat dit een van haar heksenkrachten was. Ik voelde iets harigs langs mijn enkel strijken en wist dat het Kosha was. Hij was altijd aan mijn zijde. Wiek voerde mee naar haar hutje. Ik voelde dat er een aantal mensen blikken op ons wierpen, maar ik kon me niet van Wiek af wenden. Ik had op de een of andere manier verwacht dat het hutje van Wiek vol zou staan met potten, waar ze smerig ruikende drankjes in brouwde. Maar nergens was een pot de vinden. Het hutje was eigenlijk vrij kaal, het enige wat er stond was een wankel houten bankje tegenover een brandend vuur. Tot mij verbazing was er geen eens een bed. Thuis hadden we een aantal strobalen liggen, met daarop een oude koeienhuid, dat was ons bed, maar hier zag ik niks dat ook maar op een bed leek. Blijkbaar hadden heksen geen bed nodig. Wiek ging op het bankje zitten en keek me aan. ‘Zo vertel eens Mans, wat was jou moeder voor een vrouw?’
Waarom vroeg die heks naar mijn moeder?
‘Waarom vraagt u dat?’ vroeg ik met bevende stem, want ik moet toegeven dat ik doodsbang was op dat moment net als Kosha die trillend tegen mijn enkel aan stond.
‘Ik heb onderzoek gedaan, naar de ware rede’ antwoordde Wiek vaag.
‘Naar welke rede?’ vroeg ik haar nieuwsgierig.
‘Waarom je moeder vermoord is’ antwoordde ze. ‘ En daarom wil ik graag weten wat voor een mens ze was. Zou je het willen vertellen Mans?’
Ik weet niet wat ze deed, maar ineens kwam alles er uit.
‘Mijn moeder was een prima vrouw. Ze was altijd vrolijk en maakte een feestje van elke dag. Ze was er altijd voor Floortje en mij en ging altijd goed met iedereen om. Ze zag in dat alle mensen een goede kant hadden en wilde het liefst alleen die goede kant van de mensen zien. In dat opzicht was ze misschien een beetje naïef. Het is jammer dat ze dood is.’
‘Ja, dat is het zeker’ mompelde Wiek. ‘Jouw moeder was de enige in het dorp die niet dacht dat ik een heks ben.’
‘Dan had ze daarin geen gelijk.’ Zei ik vol overtuiging.
‘Daarin had ze wel gelijk.’ Zei Wiek. ‘Maar dat bekend nog niet dat ik een mens ben. Maar dat doet er niet toe.’
‘Wat doet er niet toe?’ Vroeg ik.
‘O, niks.’ Antwoordde Wiek. Ze stond op en begon door het hutje te ijsberen. ‘Ik ben blij dat je hier bent Mans. Jij bent de uitverkorene, dat weet ik al vanaf het moment dat je geboren werd.’
‘Wat!’ riep ik. ‘De uitverkorene waarvan?’
‘Tja, dat is een moeilijk en lang verhaal. Maar je bijnaam is niet voor niets Mans, mijn jong’
‘Ik dacht dat het gewoon een koosnaam was die iedereen over heeft genomen’ zei ik.
‘Was dat maar waar.’
Ik begon steeds banger te worden voor Wiek. Ze was nog vreemder dan ik ooit had kunnen denken. Ze maakte me nieuwsgierig.
‘Je heet nu Mans. Je andere naam je officiële naam is niet meer. Hier mag je dan ook nooit meer aan denken tot dat ik het zeg. Vanaf die dag neem je echte naam weer aan en vergeet je dat je ooit Mans genoemd bent.’ Zei Wiek.
‘Prima, zo als u wilt.’ Antwoordde ik als vanzelf. Wiek lachte het was een prachtige vrolijke lach een lach die helemaal niet paste bij een heks en toch was ik er nog steeds van overtuigd dat ze een heks was, want wat was ze anders. Een mens kon ze niet zijn, dat was een ding dat ik zeker wist.
‘Wat heb je trouwens een grappig hondje’ zei Wiek. ‘Hoe kom je daaraan?’
‘Ik heb Kosha vier jaar geleden in het bos gevonden, sindsdien is hij altijd in mijn buurt.’
‘oké, nou dan zal hij dat ook altijd blijven. De uitverkorene moet wel zijn beste maatje houden’ mompelde Wiek. ‘Je mag nu gaan Mans. Ik zie je morgen net na het middaguur. goed?’
‘Ja, tot morgen,’ zei ik. ‘Kom Kosha’
Ik liep naar buiten en had een vreemde tinteling in mijn maag. Ik was er van overtuigd dat die heks iets met me van plan was, maar ik kon niet bedenken wat. Iets zei me dat ik morgen niet naar haar toe moest gaan, maar ik wist nu al dat ik dat nooit zo kunnen. Ik wilde dolgraag weer naar Wiek toe. Ik wilde er achter komen waarom ze had gezegd dat ik de uitverkorene was en wat mijn bijnaam Mans daarmee te maken had. En ik wilde ook weten waarom ik niet meer aan mijn echte naam mocht denken. Niet dat die er ook maar iets toe deed. Mans was veel leuker, dat klonk veel mannelijker, en daar hield ik wel van. Thuis aangekomen aaide ik Kosha nog even over zijn kop, daarna rende de hond het bos, om weer terug komen wanneer ik hem riep. Dat was zo fijn aan Kosha, hij voelde het aan als ik alleen wilde zijn. Ik liep door het ondertussen vervallen land van mijn vader en liet me zelf tussen de verwelkte granen vallen. Ik ging op mijn rug liggen en keek naar de strakblauwe hemel. Het zal vannacht wel weer gaan vriezen.


Reacties:


Rebella
Rebella zei op 27 okt 2018 - 14:31:
Spannend!