Welkom op FanFic.nl

De Nederlandse website waar je fanfiction kunt lezen én schrijven.

Nu on-line: (0)

Home » Forum » Stamcafé » [500] Week #2

[500] Week #2

1 2 3 4 5 6 7
xNadezhda
xNadezhda is offline

[7882]
xNadezhda zei op 30 aug 2015 - 23:57:
Welkom bij de 500 Challenge! Week 2 alweer, we poweren door!

B E L A N G R I J K
- Post de stukjes die je schrijft (tussen de 450 en 550 woorden) in dit topic. Anders telt het niet.
[- Als je niet online kunt komen maar wel iets geschreven hebt, stuur dan een foto via Whatsapp of zo, in pb kun je om nummers vragen.]
- Heb heel erg veel plezier.

P R O M P T S
- maandag: het einde van de zomer, de laatste warme dagen: personages A/B/C/etc. willen er koste wat het kost nog goed gebruik van maken.
- dinsdag: het waait verschrikkelijk hard, zo hard dat iets belangrijks van personage A is weggewaaid.
- woensdag: de eerste sneeuwval van het jaar! Personages A/B/C/etc. hebben daar verschillende meningen over.
- donderdag: personage A vindt / heeft iets gevonden in het ijs. Personage B bemoeit zich ermee.
- vrijdag: gebruik de zin: “Ik zei toch dat de mist niet zou optrekken.”
- zaterdag: personages A/B/C/etc. kunnen voor het eerst in tijden naar buiten zonder jas.
- zondag: Summer dreams, ripped at the seams / But oh, those summer nights! Baseer je stuk op deze lyrics, zonder de context van de rest van het liedje en zonder de lyrics letterlijk te gebruiken.

T U S S E N S T A N D
1. Kay - 12,7
2. Julia - 11,7
3. Dezh - 10,5
3. Elise - 10,5
5. Daan - 8,5
6. Bodine - 7,6
7. Rebella - 7,3
8. Iv - 5,5
8. Kirsten - 5,5
10. Merula - 4,4
10. Misty - 4,4
12. Jess - 2,1
13. Cyn - 1



xNadezhda
xNadezhda is offline

[7882]
xNadezhda zei op 6 sep 2015 - 0:34:
P R O M P T 7
Summer dreams, ripped at the seams / But oh, those summer nights! Baseer je stuk op deze lyrics, zonder de context van de rest van het liedje en zonder de lyrics letterlijk te gebruiken.

Bodine
Bodine

Bodine is offline

[21395]
Bodine zei op 6 sep 2015 - 1:19:
Ik moet deze maar weer eens met de hand doen. ^^

Kayley
Kayley

Kayley is offline

[15313]
Kayley zei op 6 sep 2015 - 13:15:
Spoilers voor Sense8, aflevering één.


[x]—Eindeloze droom—[x]


Ze weet het niet wanneer ze in bed gaat liggen. Ze weet het zelfs niet wanneer ze al slaapt. Ze zal het ook niet weten wanneer ze wakker wordt.
Binnenkort. Binnenkort weet ze het, maar vannacht nog niet.
Vannacht neemt ze, zoals gewoonlijk, rustig de tijd om zich uit te kleden en een product op haar huid te smeren. Ze denkt allang niet meer aan de vrouw die zichzelf door het hoofd schoot.
Vannacht kruipt ze, zoals gewoonlijk, alleen in bed en valt ze, zoals gewoonlijk, bijna meteen in slaap.
Hoewel ze niet vaak droomt, of ze in ieder geval onthoudt, is het niet ongewoon dat ze er heeft.
Nog nooit droomde ze over Berlijn. Ooit had ze nog tijd om boeken te lezen, dus ze weet hoe de Brandenburgse Poort eruit hoort te zien, maar in haar droom ziet ze hem levensecht, torent het magnifieke bouwwerk boven haar uit.
Ze weet niet dat het zeven uur ’s avonds is in Berlijn, Duitsland en dat Wolfgang op de Pariser Platz staat te wachten op zijn kameraad. Ze weet niet dat ze ziet wat hij ziet; de Poort in al de op-de-Akropolis-gebaseerde glorie.
Ze snapt ook niet waarom haar droom zo klein is. De dromen die ze onthoudt, zijn nooit zo logisch; dat stoort haar, het onlogische van de werkelijkheid dat ontbreekt in dromen. Maar het gebrek aan de eindeloosheid, de mogelijkheden van deze droom stoort haar nog meer. Het maakt haar onwennig.
Ze weet pas dat ze in een andere wereld kan stappen als ze zich wegscheurt van de blik op de Poort – eigenlijk de ruimte eronder, waar Wolfgangs vriend tevoorschijn hoort te komen – en plots…
Nog nooit droomde ze over Nairobi. Ze weet niet dat het dat stadje is, maar dat ze in Afrika is, staat buiten kijf. De huizen zijn even armzalig als de mensen die ze bewonen. De zon schroeit op haar huid.
Ze weet niet dat het acht uur ’s avonds is in Nairobi, Kenia en dat Capheus bij zijn busje staat te wachten, ongelukkig na een slechte dag maar hoopvol dat het morgen beter zal zijn.
Weer draait ze zich om, stapt over de onzichtbare grenzen heen, en verschijnt in een nieuwe plek.
Nog nooit droomde ze over Londen.
Ze weet niet dat het zes uur ’s avonds is in Londen, Groot-Brittannië en dat Riley aan het trippen is, dat de Big Ben daarom op lijkt te lichten in duizend verschillende kleuren.
Nog nooit droomde ze over Chicago, San Francisco, Mexico, Mumbai.
Ze weet niet dat…
Ze weet veel niet. Nog niet.
Ze droomt, maar tegelijkertijd droomt ze niet. Ze zíet. De binnenkant van Nomi’s appartement en hoort het zachte gesnurk van diens vriendin die naakt op bed ligt te dutten. Het bureau waarop Will verscheidene formulieren uitgespreid heeft liggen. Ze ziet Lito’s trailer en de wierrook die op de set brandt. Ze ziet Kala’s vader, ruikt het ontbijt dat hij haar voorschotelt.
Sun weet niet dat ze niet écht droomt. Vannacht nog niet. Binnenkort.

[x]—500 woorden—[x]

Eliros
Eliros

Eliros is offline

[6222]
Eliros zei op 6 sep 2015 - 18:32:
[geen 500 woorden bc how]

Loena wist niet eens waar haar dromen vandaan kwamen. Ze waren, voor zover ze wist, totaal niet gebaseerd op de werkelijkheid.
Het ene moment droomde ze over verre reizen en exotische fabeldieren, en het volgende moment stond ze midden in een heide of in haar woonkamer of in de zijne en dansten ze samen op haar favoriete muziek. Soms stonden ze gewoon tegenover elkaar, dansten ze samen maar toch apart. Dan raakten ze elkaar niet aan en deed zij iets en hij iets anders en dan werd ze de volgende ochtend wakker en was er niets aan de hand.
En soms niet.
Soms had ze hem vast bij zijn handen of schouders, soms plaatste hij zijn handen op haar heupen en trok hij haar naar zich toe totdat iedere millimeter van haar lichaam aan die van hem verbonden zat. Op dat soort momenten dansten ze zo samen dat ze niet langer twee personen waren. Dan waren ze één en dezelfde en was iedere draai van zijn heupen een draai van die van haar en iedere ademhaling van haar eentje van hem. Op dat soort momenten kon ze hem wel zoenen.
Maar dat deed ze nooit, want het was een droom, en het voelde verkeerd, zo zonder zijn toestemming. Als ze hem dan een volgende keer in het echt zag kregen haar wangen het altijd voor elkaar om zo rood te worden dat een tomaat er niets bij was.
Soms vroeg hij haar of ze koorts had, als haar wangen weer vervelend deden, en dan haalde ze maar haar schouders op, omdat ze wist dat hij dan zijn hand op haar voorhoofd zou leggen om haar temperatuur te voelen. Alleen ging ze daar nog erger van blozen, dus werkte dat eigenlijk alleen maar averechts, want dan deed hij er alles aan om te zorgen dat ze zich niet te veel zou inspannen. Ze had hem daarom nog nooit kunnen vragen of hij wilde dansen.
Ze prijsde zichzelf gelukkig toen de zomer eraan kwam en de wekelijkse afspraak met haar vrienden naar buiten werd verplaatst. Bij het dansende licht van een kampvuur was het altijd veel moeilijker om knalrode wangen te onderscheiden van een gezonde blos.
Toen hij op één van die zomeravonden verschijnselde en de kring langsging om iedereen te begroeten en eindelijk bij haar terecht kwam keek hij eindelijk eens niet bezorgd, want het was te donker om haar gloeiende wangen te zien. (Dat bleek nog handiger toen hij naast haar op het enige vrije plekje op de boomstam kwam zitten en ze zo dicht op elkaar zaten dat ze kon ruiken dat zijn shampoo naar groene appels rook.)
En toen, na een tijdje, de radio een liedje begon te spelen dat ze de vorige nacht ook al in haar droom had gehoord was ze er even van overtuigd dat ze in een droom zat. Een aantal van haar vrienden stonden op om te dansen.
In haar dromen waren haar vrienden er niet.
Daan stootte zijn schouder tegen die van haar. “Wil je dansen?”
Maar het was vast een droom.
In haar dromen had ze echter nog nooit gemerkt hoe warm zijn lichaam tegen dat van haar voelde en had hij haar nooit zo stevig vastgehouden en rook hij nooit zo lekker als dat hij nu deed.

Bodine
Bodine

Bodine is offline

[21395]
Bodine zei op 6 sep 2015 - 21:25:
500!

Het leven is een brief; duur briefpapier met sierlijke letters die de mooiste momenten van je leven spellen. Sommige mensen vinden sierlijke letters irritant lezen en verliezen zich daarin. Sommige mensen zouden een leesbril moeten hebben, maar hebben er geen en daarom zijn de letters wazig, onleesbaar. Sommige mensen zijn zo gefixeerd op hun afkeer voor lezen dat ze vergeten te genieten van de pracht die voor ze is vastgelegd.
Het leven is een schilderij; een sierlijke zwart-wit print die de mooiste momenten van je leven uitbeeldt, in een bewerkte, houten lijst. Sommige mensen vinden zichzelf te goed voor zwart-wit, willen per se kleurenprintjes. Sommige mensen vinden houten lijsten lelijk en willen liever een strakke, zwarte lijst die bij de inrichting van hun huiskamer past. Sommige mensen vinden de foto te klein, hadden haar liever groter gezien en op canvas.
Het leven is een lied; een klassiek stuk vol piano’s, violen en cello’s die de mooiste momenten van je leven voor je in klanken uitdrukken. Sommige mensen houden niet van klassieke muziek en horen liever jazz, rock of pop. Sommige mensen houden niet van piano’s en willen liever naar gitaren luisteren. Sommige mensen hebben in clubs of bij concerten hun oren aan gort geblazen en hun trommelvliezen kunnen de prachtige klanken niet meer registreren.
Mijn platenspeler is kapot en het lied wordt haperend afgespeeld, met pauzes en valse noten en handmatige bijsturing van de naald.
Het leven is een droom. Een droom van een man, van kinderen, van een kat en een hond die in vrede samenleven, van een tuin waarin ’s zomers bloemen bloeien en aardbeien groeien, van een auto die rijdt zonder elke maand naar de garage te moeten. Het leven is een droom van vrienden, van familie, van een baan met een goed salaris, redelijke uren en met leuke collega’s.
Het is grappig hoe één regendruppel het geluk van een foto kan wissen; hoe één vonkje het fragiele papier van een brief vlam kan doen vatten; hoe één krasje een hele elpee onspeelbaar kan maken. Het is grappig hoe veeleisend we zijn in onze dromen en hoe ongelukkig we zijn wanneer er één elementje verdwijnt.
Jij bent dat ene elementje en daarmee is mijn hele foto verkreukeld, mijn brief onleesbaar, mijn lied ontstemd. Ik kan het nog wel zien, nog wel horen – ik zie jou, op de schommel in de achtertuin, lachend, terwijl je probeert met je voetjes die laaghangende tak van de boom te raken. Ik hoor jou, kraaiend van plezier, op het strand, toen je een zeester vond. Ik kan de regels nog lezen waar beschreven staat hoe je op een warme zomeravond je bed uitkwam en bij papa en mama in de tuin kwam zitten; hoe je zelfs een slokje wijn van ons kreeg, omdat de avond zo goed aanvoelde.
Ik zie je lege bed. Ik zal me altijd herinneren hoe je stem klinkt. Ik kan je laatste woorden nog onderscheiden, tussen de tranen en de brandplekken door.
Maar mijn droom is permanent verscheurd.

Rebella
Rebella

Rebella is offline

[597]
Rebella zei op 6 sep 2015 - 21:48:
(Djee Bo...)

Summer Knife -500 woorden

Droog gras kriebelde in mijn nek terwijl ik naar de lucht keek. Dat ik hier rustig kon liggen leek te mooi om waar te zijn. Normaal gesproken zou ik gestoord worden door mijn vader, diens vriendin, mijn zusje of broertje, of erger: mijn hormonen.
Maar het was echt, het was waar, ik lag in het gras, zonder gestoord te worden van schuldgevoel, van schaamte, van pijn of verdriet. Ik liet mijn handen over arm naast me glijden en zag hoe er kippenvel ontstond.
Niemand die ooit van ons mocht weten, niemand die dit zo accepteren, maar dat weerhield me niet de nachtelijke hemel de rug toe te keren en de duizendmaal interessantere lippen te onderzoeken met mijn mond.
Een ruwe hand deed me mijn ogen openen en ik besefte dat de werkelijkheid gruwelijk was. Ik draaide me op mijn zij en keek in het rode, verwrongen gezicht van mijn vader. De enige man die ik verafschuwde.
O Hell. De dagen, de weken, de maanden, volgden. Dat ik niet meer luisterde naar de tyran des huizes. Dat ik stukje bij beetje mijn eigen leven ging leiden leek hem niks te doen. Ook al moest ik buigen, bloeden, werken voor de man die zei mijn vader te zijn. Ik trok me er steeds minder van aan. De koude winter ging voorbij, de lente liep op zijn eind.
Dat was de avond dat ik hem ontmoette.
Muziek had uit de boxen geschald, in de club waar ik mijn hart verloor. De kamer had vol rook gestaan. Hij had me aangesproken en we waren naar het park gegaan. Weg van de drukte en zwetende lijven.
Sinds die nachtelijke wandeling zochten we elkaar vaker op, meer midden in de nacht dan overdag. Hij was het die me duidelijk maakte dat liefde geen monster was, maar een engel. Hij was het die me liet zien dat liefde geen geweld of pijn was, maar mooi, wonderbaarlijk en vooral verlangend naar meer.
Hoe meer nachten ik met hem doorbracht hoe gelukkiger ik was. Hij woonde op zichzelf en ik trok steeds meer bij hem in. Op de laatste schooldag was er op een lege klerenkast, bed en bureau na niks meer in mijn oude kamer dat je nog zou kunnen herinneren aan de duizenden tranen die ik er vergoten en verdrongen had.
De zomer brak aan. Ik was gelukkig. We gingen er veel op uit, al vermeden we de mensenmassa's waar we dat konden. We zochten meer de bossen, velden en plassen op. Uren brachten we er door, de tijd vergetend, en keerden dan pas de volgende dag terug naar zijn flatje waar we gewoon doorgingen met waar we gebleven waren. Met de liefde raakte ik meer en meer ervan overtuigd dat het leven een paradijs was.

Sterren straalden, een volle maan scheen op de open plek in het bos. Droog gras kriebelde in mijn nek. Maar noch de maan, noch de sterren hadden mijn aandacht. Ik had mijn ogen dicht en stierf in gelukzaligheid aan zijn mes.

Rebella
Rebella

Rebella is offline

[597]
Rebella zei op 6 sep 2015 - 22:24:
Mijn stem:
- Bodine met het stukje van 6 september
- Moonrocker met: De dood v/d zomer
- Kay met: De weg naar...

Was niet leuk om te kiezen, maar mensen; Amazing om dit te doen

MoonRocker
MoonRocker is offline

[11046]
MoonRocker zei op 6 sep 2015 - 22:26:
Familie

Hij had het warm, zweette zo erg dat hij droomde dat hij doorweekt werd door stromende regen. Het was pas maart, maar hij had nu al nachtmerries over weer een zomer bij de Duffelingen. Over drieënhalve maand zou hij weer aan hen overgeleverd zijn en zich in moeten houden om hen niet allemaal op te blazen als een ballon zoals tante Margot.
In zijn dagdromen dreven zijn gedachten meer en meer richting een zomer bij de Wemels in Het Nest. Bij Molly, die hem als haar eigen zoon liefhad, bij Fred en George, die hem plaagden alsof hij net zo goed hun broer was, en bij Arthur, die hem niet alleen het hemd van het lijf vroeg over allerlei dreuzelzaken, maar hem beschermde zoals hij al zijn zoons deed, voelde hij zich thuis. Zelfs bij Ginny, Percy, Bill en Charlie, die hij maar weinig sprak, voelde hij zich veilig.
Maar het was niet zoals in zijn dagdromen; zijn nachtmerries, waarvan hij ging zweten en woelen, leken meer op de waarheid. Bovendien zouden de echte zomeravonden, waarop hij niet meer buiten mocht zijn van zijn oom en tante, nog verschrikkelijker zijn dan zijn nachtmerries. Hij zou alleen zijn, in zijn oude schoolboeken lezen en bidden dat het snel de laatste week van augustus was, opdat hij daadwerkelijk naar Het Nest en de Wegisweg kon.

Nat en stinkend van het zweet schrok Harry wakker. Verward keek hij om zich heen en kon tenslotte een wazige Ron in het donker onderscheiden. Hij voelde dat zijn hart rustiger ging kloppen en probeerde kalmer adem te halen. Hij duwde zich verder overeind, zodat hij zat. Voorzichtig viste hij naar zijn bril, zette hem op zijn neus en liet zijn ogen even wennen.
Zo zacht hij kon stapte hij uit bed en grabbelde de onzichtbaarheidsmantel onder zijn bed vandaan. Hij sloeg hem om, sloop naar de leerlingenkamer en bleef even staan. Zou hij hier gaan zitten of een nachtelijke wandeling door het kasteel maken?
Met een zucht liet hij zich in een van de luie stoelen vallen en liet de mantel weer van zich af glijden. Hij had het koud en hij stonk. Niet alleen zou Vilder zijn tanden kunnen horen klapperen, maar hij zou hem ook vanaf de andere kant van de gang kunnen ruiken. Hij zakte nog wat verder onderuit in de stoel en keek naar het smeulende hout in de haard.
Voor hij het wist, dacht hij weer aan de familie Wemel. Sinds hij twee zomers tenminste een paar dagen had doorgebracht met het roodharige tovenaarsgezin, had hij niet meer kunnen zeggen dat hij geen familie had. Dat gaf hij weliswaar nooit aan anderen toe – boos en verdrietig zijn was immers gemakkelijker – maar hij tegen zichzelf kon hij niet liegen.
In de zomer voor het tweede jaar hadden Ron en de tweeling hem gered van nog meer zomeravonden opgesloten bij de Duffelingen met een vliegende auto; sindsdien had hij, elke keer dat hij aan vakantie in Klein Zanikem dacht, om soortgelijke reddingen gebeden.

[500 woorden]

Bodine
Bodine

Bodine is offline

[21395]
Bodine zei op 6 sep 2015 - 22:48:
Wat is tijd? Alles op 1 dag lezen is echt niet te doen, dus ik ga het houden bij wat ik wél gelezen heb:

- de weg naar... van kayley want it gave me feels
- genoeg oefening van dezh omdat ze toch altijd wel een mooi stukje zal schrijven, maar een kort stukje van maar 500 woorden vind ik echt een prestatie
- dood van de zomer van juul omdat mate why was that even necessary

MoonRocker
MoonRocker is offline

[11046]
MoonRocker zei op 6 sep 2015 - 23:13:
Jullie maken mijn leven zo zwaar, want er zijn zoveel mooie stukjes! Dus ik kijk morgenochtend wel.

En Dezh, je hebt jezelf boven Bo gezet in de tussenstand, hoewel Bo meer punten heeft ;] (maar dat moet je maar zien met het verrekenen van de stemmen)

xNadezhda
xNadezhda is offline

[7882]
xNadezhda zei op 6 sep 2015 - 23:29:
@ Julia: oh. Dat was niet handig.
Maar nu heb ik er toch weer meer, want m'n stukje van vandaag heeft 500 woorden, yay.

Tom had zijn moeder de verhuizing nog steeds niet vergeven. Hij bleef snauwen, met deuren slaan, zich opsluiten in zijn kamer – zijn kamer, waarmee zijn moeder zijn goedkeuring had willen kopen. Alsof hij het ooit erg had gevonden om een kamer met zijn broertje te delen. Alsof het niet elke zomer weer het ultieme gevoel van thuiskomen was geweest om elkaar ’s avonds vanuit het stapelbed welterusten te kunnen wensen, in plaats van op een door toortsen verlichte gang.
Het huis in Sheffield had een slaapkamer voor ieder van hen. Tom wist dat Bill het net zo niks vond als hij, maar Bills verzet tegen hun moeders beslissing was subtieler. Hij liet zijn spullen slingeren, ook als hun moeder hem expliciet vroeg om op te ruimen; hij negeerde haar volledig, trok een wenkbrauw op als ze hem aansprak en draaide zich weg; hij liet deuren achter zich openstaan en haalde voldoening uit zijn moeders gezucht.
Om aan de verstikkende sfeer in huis te ontsnappen, zocht Tom een zomerbaantje. In Sheffield was er zo weinig magie dat hij terechtkwam in een Dreuzelwarenhuis, waar hij lange dagen doorbracht met het op kleur sorteren van krijtstreepoverhemden en het afstoffen van schoenendozen. Hij sluisde het salaris door naar Goudgrijp, zodat hij zichzelf per uil-postorder magische cadeautjes kon sturen. Bill en hij sloegen heel wat maaltijden over en voedden zich, gezeten op de dakkapel van Toms nieuwe kamer, met ketelkoeken en pompoentaartjes.
Het was niet de zomer die ze zich hadden voorgesteld. Het waren niet de twee onbezorgde maanden tot de resultaten van hun S.L.IJ.M.B.A.L.len binnenkwamen, twee warme maanden die ze in de heuvels rondom Llanfarian konden doorbrengen, waar niemand hen zag als ze Chocokikkers door de lucht lieten springen of in het gras tovenaarsschaak speelden of Zwerkbal oefenden.
Hun tuin in Sheffield was te klein voor bezemvluchten. Daarbij hadden ze aan beide kanten buren met spionageneigingen, die zelfs hun neus optrokken als Bill een shirt droeg dat zijn tatoeages niet bedekte. De bezemstelen stonden opgeborgen in Bills inloopkast – Toms glanzende Nimbus 2004 naast de oude Komeet 370 die Gustav aan hen had gedoneerd, niet vanuit de goedheid van zijn hart, maar omdat Tom elk nieuw schooljaar begon met een klaagzang op “niet goed kunnen oefenen met één bezem”.
De stad had maar één eigenschap die de zomer draaglijk maakte. Er hing altijd bewolking, soms plukken witte wol en soms samengepakte grijze velden, en ’s nachts waren maan of sterren zelden te zien. In zulke donkere nachten sloop Tom naar Bills kamer, schudde zijn broertje wakker en smokkelde de bezems alvast naar het fietsenschuurtje in de tuin. Met een koker tennisballen en hun afdelingssjaals om hun hals fietsten ze naar het voetbalveld aan de andere kant van het winkelcentrum. Daar groeiden boterbloemen tussen de plakken kunstgras; de surveillancecamera’s deden het allang niet meer en de tweeling verborg een zak mintkikkers onder de ingezakte tribunes.
Bill was bepaald geen Zwerkballer, maar hun nachtelijke trainingstripjes waren beter dan niets. In elk geval voelden ze enigszins als zomer.

xDevilBitch
xDevilBitch

xDevilBitch is offline

[10099]
xDevilBitch zei op 6 sep 2015 - 23:39:
Het vergeelde gras
De zon had geschenen toen ze de jurk had gekocht.
Zo zacht als toen was de stof al lang niet meer. Ze voelde het langs haar benen glijden, nog steeds in staat tot beweging ondanks zo’n lange tijd van stilstand. Net zoals zij. Ook zij was weer overeind gekomen, stond nu rechtop, kon stappen zetten.
Felblauw met gele bloemen. Het was als de dagen zelf. De lucht was altijd smetteloos blauw, de zon felgeel brandend in de verte. Hij verdampte het water dat het gras in leven hield, verkleurde de sprietjes in een gele soort dood. Toen was dat hetgeen wat brandde.
Ook nu brandde er iets. Lichten aan het plafond, zag ze. Hun licht reflecteerde op het oppervlak van de metalen wanden en vloer. Haar handen lieten vette vegen achter op het glimmende materiaal terwijl ze er evenwicht bij probeerde te vinden.
Het leven was goed geweest. Met haar vriendinnen had ze op terrasjes genoten was de warmte en een cocktail. Met haar vriend had ze in de achtertuin gezeten. Huisje, boompje, beestje. Een kind ontbrak nog in hun perfecte leventje, maar dat zou wel komen, ze had geen haast. Toen nog niet.
Haar vriendinnen zag ze nu niet. Ook haar vriend was in geen velden of wegen te bekennen. Net zoals een ander teken van menselijk leven, ontdekte ze. De ruimte waar ze vandaan kwam had niets behalve haar eigen metalen cocon bevat. Ook de gang leek verlaten. Maar dat kon niet, er moesten anderen zijn. Ze waren immers met honderden naar binnen gegaan, toen, op die ene noodlottige dag.
Natuurlijk had het gerommeld. Het nieuws was niet goed geweest. Ronduit slecht, eigenlijk. Maar hoorde de presentatrice in haar mantelpakje ook niet gewoon horrorverhalen te vertellen, zodat je maar weer besefte hoe goed je het zelf wel niet had? Een kort shotje medelijden, om vervolgens weer vrolijk door te gaan met je eigen leven. Niets meer, niets minder.
Het eerste teken van leven zweefde haar tegemoet. “Mevrouw! Daar bent u! Godzijdank, ik dacht dat het helemaal mis was gegaan, dat niemand eruit zou komen. Maar u bent er! Snel, neemt u een nuke-cola. Dat zal u er snel weer bovenop helpen.” Toen ze het ronde gevaarte had gezien, dacht ze meteen haar oude huishoudrobot te herkennen. De blikkerige stem was echter anders. Wat had ze dan ook gedacht? Toch nam ze het drinken enigszins teleurgesteld aan.
Een strakblauwe lucht, vergeeld gras en een bijpassende jurk: de dag had compleet onschuldig geleken. Ze had de helikopters gehoord zonder er iets van te denken. De knallen gingen door merg en been, toen begon ze wel door te krijgen dat er iets mis was. De paddenstoelwolken hadden het bevestigd. Zonder haar tijd te gunnen om iets te pakken, had haar vriend haar bij haar pols gegrepen en meegetrokken naar de dichtstbijzijnde vault.
Met trillende benen beklom ze de trap naar buiten. Ze was de enige. De enige wiens cocon het niet had begeven. De lucht was strakblauw en het gras vergeeld.

500 woorden

xDevilBitch
xDevilBitch

xDevilBitch is offline

[10099]
xDevilBitch zei op 6 sep 2015 - 23:56:
Van vrijdag:

De hand in de mist
“Ik zei toch dat de mist niet zou optrekken.” Amy’s enigszins bezorgde stem schalde over de ogenschijnlijk verlaten planeetvlakte. Met haar handen voor zich om nergens tegenaan te botsen (het zich was hooguit een halve meter) schuifelde ze voorzichtig verder.
“En ik heb gezegd dat het wel goedkomt. Het is hier altijd wat mistig. Verderop wordt het wel beter,” zei de Doctor enigszins geïrriteerd.
Amy rolde met haar ogen, maar reageerde niet. De Doctor tegenspreken leidde enkel tot een hoop gezeur.
Maar ze liepen verder en verder en de mist loste maar niet op.
“Doctor, zullen we teruggaan?” vroeg Amy uiteindelijk. Hoe ver ze ook liepen, ze leken nergens uit te komen. En ergens had ze het idee dat iets of iemand hen in de gaten hield, al zou ze dat niet aan de Doctor vertellen.
“Nog even, nog even. We zijn er echt bijna. Op de kaart leek het helemaal niet zo ver.”
Amy brieste nors. Met haar lippen kwaad getuit liep ze verder. Maar het gevoel dat ze bekeken werden, zakte niet weg. Sterk nog, het leek alleen maar erger te worden. “Doctor,” zei ze uiteindelijk, “ik heb het gevoel dat we niet alleen zijn.”
“Natuurlijk zijn we niet alleen, Amy!” riep hij verontwaardigd. Hij had zich met een ruk omgedraaid en zijn handen op Amy’s schouders gelegd. “Deze planeet zit vol met leven! Kleine microberen, krioelend onder het oppervlak. Waarom zou je denken dat we alleen zijn?”
“Nee, Doctor, dat is het niet. Er is iets in de mist, ik voel het.”
De Doctor zei niets. Heel even stonden ze zwijgend tegenover elkaar, intens luisterend naar hun omgeving.
“Amy, ren,” zei de Doctor, opvallend kalm.
Amy bedacht zich geen moment. Pijlsnel draaide ze zich om en begon te rennen in de richting waar ze vandaan waren gekomen. “Doctor, waar is de TARDIS?” riep ze tussen het hijgen door.
Maar de Doctor antwoordde niet.
Ze bleef dus maar doorrennen. Door en door, zo snel als haar benen haar konden dragen. Plotseling voelde ze iets hard langs haar arm schrapen, maar ze trok hem weg voor het iets zich eromheen kon sluiten.
Steen, het leek wel steen. Koud en hard, maar glas als een standbeeld. Zonder te stoppen met rennen keek ze om zich heen. Het had geen zin: door de dichte mist zag ze geen steek voor ogen. Wat het ook geweest was, ze kon het niet zien.
“Doctor!” riep ze nogmaals, nu wanhopig.
De Doctor reageerde weer niet. Ze hoorde echter wel iets anders. Een pulserend geluid, omhoog en omlaag en weer omhoog. Het leek steeds dichterbij te komen.
Ze zette zich af voor een eindsprint in de richting van het geluid. Nog steeds probeerde ze om zich heen te kijken om haar achtervolger te vangen in haar blik, maar het had geen zin.
Nog heel even. Ze zag het blauwe licht al voor zich knipperen, als een baken in de witte wereld.
Ze probeerde recht door de deur de telefooncel in te rennen, maar het ding gaf niet mee. Luid bonkte ze op het hout. “Doctor! Het zijn de angels! Doctor!”

515 woorden

Kayley
Kayley

Kayley is offline

[15313]
Kayley zei op 7 sep 2015 - 0:00:
Mijn top drie van deze week:

- Snowspace van Roos.
- Sneeuwengel van Julia.
- in the summertime van Elise.

MoonRocker
MoonRocker is offline

[11046]
MoonRocker zei op 7 sep 2015 - 8:07:
- Watervrees van Daan
- Niet zijn van Kay
- Snowspace van Roos

(Ik zit op mobiel, dus ik houd het kort.)



1 2 3 4 5 6 7